Dag 40: Eads, Colorado

Ik had goed geslapen op een matras in de oude douche van het hostel/turnhal. Bill had op de turnmat geslapen, die was toch niet zo zacht als hij eerst dacht. Maar hij was iets eerder uit de veren dan ik. Ik was er deze ochtend nog niet zeker van wat mijn eindbestemming zou zijn. Bill zou in twee dagen naar Eads fietsen en werd daar opgehaald door zijn vrouw. Ik had met Phil afgesproken dat we in Sheridan Lake zouden kijken of we door zouden gaan naar Eads. Phil is 33 en advocaat in Des Moines, Iowa. Hij deed wel vaker dagen van 100 mijl en was Steve, Tom & Alan al gepasseerd.

De wind was vandaag gunstiger dan gisteren. Het begon met een kruiswind, maar draaide in de loop van de middag naar achteren. Het begin van de tocht voerde langs grote “feed lots” met duizenden koeien, de megastallen in Nederland zijn vergeleken met deze “feed lots” een paradijs. De vreselijke stank waaide recht mijn neus in. Ik hield een korte pauze in Leoti. Inmiddels zat ik al op meer dan 1000 meter hoogte en nergens een berg te bekennen. In Tribune hield ik een lange pauze van een uur. Omdat ik even daarvoor in een andere tijdszone was gereden kreeg ik dat uurtje cadeau. Tijdens de pauze merkte ik dat Ik wat te veel gezweet had met een dikke jas aan en daarbij te weinig gedronken. Ik at en dronk goed om mijn reserves weer aan te vullen. De dikke jas verruilde ik voor een dun windjack.

Na Tribune zou er 75 kilometer geen winkel meer open zijn. Even na Tribune lag de grens met Colorado, weer een mijlpaal! Toen ik in Sheridan Lake aankwam was het stadje volledig uitgestorven. Phil was nergens te bekennen, dus ik fietste ook maar door naar Eads. Maar ik ging eerst nog even stiekem naar de wc bij een kerk. Ik weet inmiddels dat de meeste kerken de deuren open houden.

Eenmaal op weg naar Eads, had ik er een goed tempo in zitten. Het was wel zwaar met al 125 kilometer in de benen. Ik kwam door een aantal verlaten stadjes en toen zag ik in de verte Eads opdoemen. Maar schijn bedriegt, het was nog zeker een half uur fietsen. Eenmaal aangekomen besloot ik naar het tankstation te gaan. Heel toevallig kwam Phill net aanfietsen. We haalden wat te eten en zetten onze tenten neer in het stadspark naast de tent van een andere fietser. We waren het er over eens dat het goed was gegaan, maar dat het wel een lange dag was met 170 kilometer op de teller. Morgen mag het wel iets minder.