Dag 35: Newton, Kansas

De lucht was vanochtend gelukkig al wat opgeklaard. Vannacht daarentegen, was het er heftig aan toe gegaan. Tot twee maal toe was er een heftige onweersbui langsgekomen met de nodige windstoten. Af en toe leek het net of de bliksem vlakbij insloeg. De tent was zelfs nat geworden van binnen.

Ik haalde nog wat koffie en zoetigheid bij het enige tankstation in Toronto. Ik kreeg van de vrouw bij het tankstation een kleine plastic hagedis mee als aandenken. In de volksmond werd deze plek dan ook wel “lizard lips” genoemd. Dit was af te leiden aan de gordijnen en tafelkleedjes met afbeeldingen van hagedissen.

Voordat ik wilde vertrekken werd in nog gewaarschuwd voor Highway 54. Een aantal jaar geleden vond een fietser uit Australië hier de dood. Geen leuk vooruitzicht als je nog 60 kilometer moet rijden over een onveilig stuk weg. Ik zette mijn achterlicht aan en keek continu in de spiegel naar het verkeer achter mij. Als er te veel verkeer aankwam besloot ik om van de weg af te gaan.

Het was een hele opluchting toen ik bij Rosalia van de beruchte Highway 50 af mocht. Ik besloot meteen van de gelegenheid gebruik te maken om even te lunchen. Daarna ging ik over een rustige weg richting Cassoday, een punt waar sommige fietsers overnachten. Maar meer dan een verlaten “high school” en “convenient store” was hier eigenlijk niet. Ik had allang besloten om door te trappen naar Newton. Maar eerst nog even wat eten en water gekocht in Cassoday, want de komende 60 kilometer waren er weinig voorzieningen.

Het was een snelle tocht over een lange rechte weg. Het landschap bestond voornamelijk uit kale weides met hier en daad een kudde koeien die mij gapend aankeken. In vergelijking met een dag eerder zag ik een stuk minder bomen.

Ik was net op tijd bij de Newton Bike Shop om in te checken. Normaal gesproken is het wel handig om te reserveren of even te bellen als je later bent dan 18:00 uur, maar dat wist ik niet. Reserveren kan via de Pedaler’s Corner website. Het hostel zat in het pand naast de fietsenwinkel en was erg hip en schoon. Toen ik het hostel binnen liep was er nog een fietser aanwezig, zijn naam was Bill. Uit alle logboeken wist ik dat ik al ruim twee weken op hem aan het inlopen was. En ik had het vermoeden dat ik hem vandaag zou tegenkomen, aangezien dit voor mij een dag was met 100 mijl op de teller. Ik kreeg van hem wat whiskey met ijs en we vertelden elkaar wat we allemaal al hadden meegemaakt.

Naast het hostel zat een uitstekende pizzeria. Ik bestelde een pizza en haalde nog een biertje voor Bill en mij. Bill ging op tijd maar bed, want hij wilde morgen de hitte voor zijn. Hij is te volgen via zijn blog. We spraken af dat we over twee dagen samen zouden kamperen in Larned.