Dag 30: Houston, Missouri

Het veldbed in het cyclist hostel in Ellington lag niet bepaald lekker. Na een nachtje erop gelegen te hebben lag ik volkomen in de kreukels. Mocht ik er onverhoopt nog een keer slapen, dan leg ik mijn matje op de grond neer. Alan zei dat hij ook niet geweldig had geslapen. Hij vertrok al om 06:30 uur, ik niet lang daarna. Vandaag zou de moeilijkste dag van de Ozarks worden, richting Houston. Het klimmen viel me nog niet tegen toen ik in Summersville bij een monument een broodje at. Het was vooral mooi in de Ozarks. De gevreesde hoogtemeters van vandaag kwamen na het plaatsje Eminence, aldus een local.

Ik had de dag ruimschoots overleefd toen ik om 13:30 uur in Houston aankwam. Misschien waren de Appalachen dan toch een goede training geweest voor het verdere klimwerk. Bij aankomst zag ik dat Houston een Walmart had, en dat voor een stadje met 2200 inwoners. Het laatste nieuws was dat er zelfs een Aldi in Houston zou komen. Om even een beeld te schetsen; de Aldi staat bovenaan de voedselketen in de Verenigde Staten. De Dollar General staat daarentegen helemaal onderaan de pikorde. Al moet ik bekennen dat ik een Dollar General heb gespot met een versafdeling.

Ik kocht een zak van mijn favoriete Trail Mix, meergranenbrood en fruit. Ook besloot ik om wat biertjes te kopen die ik stiekem in mijn bidon deed, zodat ik ze voor de Walmart kon opdrinken terwijl ik van de wifi genoot.

Na het eten belde ik met de sheriff of ik in het stadspark kon slapen. Ik werd een aantal keer doorverbonden, maar uiteindelijk gingen ze akkoord. Om de tijd te doden wilde ik Houston nog even verkennen. Ik stuitte op een gezelschap dat voor een eettentje een drankje aan het drinken was. Ik werd door Jimmy uitgenodigd om erbij te komen zitten en een biertje mee te drinken. Jimmy stelde me voor aan Betty en Miles. Betty was de eigenaresse van Betty’s Place en Miles woonde er schuin boven. Ik kreeg van Miles het aanbod om op zijn bank te slapen, dat klonk veel beter als het stadspark.

Miles en Betty gingen vaak kajakken op een nabijgelegen riviertje. Ze vroegen of ik het leuk vond om mee te gaan. We besloten om nog wat biertjes mee te nemen. Aan de oever van de rivier zaten we op de achterkant van de truck van Miles. Daar hebben we nog lang gepraat. Ik mocht zelfs een magnum .357 afvuren. Dat was wel een unieke ervaring. Ik zou het alleen niet zo snel nog een keer doen, omdat ik wapens afkeur.