Dag 26: Carbondale, Illinois

Het was goed vertoeven aan de oever van de Ohio River. In de ochtend was het al duidelijk dat het een warme dag zou worden. Voordat ik daadwerkelijk vertrok haalde ik nog even een koffie in het centrum van Rosiclare.

Onderweg merkte ik al snel dat het hoog tijd werd om mijn stuurpen te verhogen. Er komt te veel druk op mijn handen, waardoor het gevoel in mijn handen na een dag fietsen is afgenomen. Gelukkig kan ik morgenvroeg bij de Bike Surgeon in Carbondale terecht. Ik merkte ook al gauw dat ik weer bereik had, na twee dagen bijna geen bereik te hebben gehad. Ik kreeg wat smsjes binnen van de andere fietsers.

Ondertussen heb ik al weer heel wat levens van schildpadden gered, grote en kleine schildpadden. Misschien moet ik maar een bedrijfje beginnen hier in Illinois: Turtle Rescue Service Inc.

Rond het middaguur stop ik in Tunnel Hill om wat boterhammen met honing en een appel te eten. Ze hadden hier een uitstekende picknick gelegenheid gemaakt, precies wat ik zocht. De laatste 30 kilometer lijkt het landschap wel een achtbaan; heuvel op, heuvel af. Rond 15:00 uur kom ik in aan in Carbondale. Inmiddels is het goed warm geworden. De campings blijken redelijk ver van Carbondale af te liggen, dus ik besluit voor een motel te gaan. Toevallig had Alan hetzelfde plan, alleen hij kwam pas over een paar uur aan. Ik boekte een kamer voor twee bij de Econolodge voor maar 65 dollar.

Daarna kon ik nog even lekker genieten van het mooie weer. Ik haalde een Baconator met friet en een salade bij Wendy’s. Het viel me op dat Carbondale een stad is met veel ongelijkheid. Aan de ene kant heb je de (rijke) college kids. Aan de andere kant heb je veel Afrikaans-Amerikaanse wijken met veelal laagopgeleiden. Maar dat neemt niet weg dat het, voor Amerikaanse begrippen, een gezellige stad is.

Alan kwam iets later bij het motel aan. We dronken samen nog een biertje op het feit dat we Carbondale hadden gehaald. Het was een goed vooruitzicht om weer eens in een echt bed te mogen slapen.