Dag 12: Lexington, Virginia

Ik besloot vroeg op te staan, want er stonden vandaag 130 kilometers op het menu. Vandaag zou ook de eerste echte klimdag worden, iets waar ik wel tegenop zag. Er moesten 2 toppen worden overbrugd van ruim 1000 meter, terwijl ik begon op een hoogte van ruim 100 meter.

Snel de tent afgebroken en mijn ontbijt opgegeten. De haringen kleurden rood van de aarde dus die moest ik even afspoelen. Toen ik onderweg de Red Hill Road en Red Hill Elementary tegenkwam, had ik het verband snel gelegd.

In het begin was het nog heuvelachtig. Al na een paar uur keek ik op tegen een gebergte, de Appalachen. De naam deed anders vermoeden, maar lachden me niet echt toe. Het klimmen zat me nog niet echt in de benen, maar al snel bereikte ik de eerste top. De Blue Ridge Highway voer me door het natuurgebied heen. Onderweg kwam ik veel fietsers tegen. Twee vrouwen die tijdens mijn lunch langs kwamen fietsen haalde ik later weer in. Ik had meteen aanspraak, want ze reden ook op een Specialized fiets. Alleen dan van carbon en zonder bagage. Na de tweede top begon het afdalen bij Vesuvius, iets waar je normaal naar uitkijkt. Maar de afdaling was eigenlijk veel te steil. Af en toe moest ik zelfs even pauzeren om mijn schijfremmen af te laten koelen, want ze waren roodgloeiend.

Na 100 kilometer was ik er eigenlijk wel klaar mee, maar ik moest er nog 35. Gelukkig voer de weg door een vallei en kwam ik er redelijk makkelijk doorheen. Op een gegeven moment stond er iemand langs de kant van de weg. Zijn naam was Neil en hij was even gestopt om te vragen hoe het ging. Zelf fietste hij ook regelmatig in het gebied en kende de wegen goed. Hij bood mij een drankje aan bij de eerstvolgende gelegenheid, een kleine mijl verderop. Toen ik aankwam moest hij mij teleurstellen, de winkel was dicht (het was natuurlijk zondag). Omdat hij wist dat ik nog een pittig klimmetje te gaan had tot aan Lexington, kreeg ik zijn cola en wat pistache snacks. Ik nam een grote teug van de cola en bedankte hem vriendelijk. Uiteindelijk liet ik mijn naam en website achter, zodat hij mij kon volgen.

Het was leuk om door Lexington te fietsen, een van origine militaire stad. Er lag een imposante (qua oppervlakte) campus met sportvelden. Alle gebouwen op de campus waren olijfgroen van kleur en qua architectuur zou ik ze op zo’n 100 jaar oud schatten. Dit was het Virginia Military Institute. Ik besloot niet lang hier te blijven, want het was al wat later op de middag. De laatste vijf kilometer gingen over een grindpad naar boven, een ware uitputtingsslag. Toen ik bijna bovenaan was, bleek het pad over te gaan in een privé weg. Gelukkig kwam er net een aardige mevrouw aanrijden die zich voorstelde als Tish. Ik mocht niet alleen gebruik maken van haar pad, maar ze bood me ook nog vers water aan uit een bron. Blijkbaar was dit het beste water ter wereld, zo vertelde ze. Ik zei dat we dat in Nederland ook pretenderen. Ze stopte me nog een muffin en een ijskoud blikje bier toe, en toen mocht ik gaan. Wat een aardige mevrouw! Soms voel ik me bezwaard dat ik geen uren kan blijven staan praten als dank voor de gulheid.